zaterdag 18 augustus 2012

Weerzin

Een groteske situatie wordt in een misdaadroman ontwikkeld vanuit een herkenbare situatie. Die heeft uiteraard tot doel de lezer mee te voeren naar een climax. De climax wordt voortdurend aangekondigd en de dreiging houdt de vertelling onder spanning. Suspense dus.

De climax is in dit model een denkbeeldige gebeurtenis die ons vooral duidelijk maakt dat we zijn weggeraakt uit ons eigen leven. De inleiding blijkt een uitleiding te zijn. We lezen de roman om even weg te raken uit ons eigen leven.

Er is ook een andere functie werkzaam. Die wordt zichtbaar wanneer je het realisme van het genre misdaadroman binnenstebuiten keert. Wat reëel of werkelijk is wordt afgemeten aan de mate waarin een vertelling groteske elementen bevat: uitvergrotingen, ontsporingen, seks en geweld.

De misdaadroman vertelt ons zodoende dat onze alledaagse ervaringen flauwe afspiegelingen zijn van het 'echte' leven, maar als zodanig deelhebben aan dat echte leven.

Op een bergwandeling raken Niels en zijn vrouw Esther (in Weerzin van René Appel) de weg kwijt. Ze nemen een andere, moeilijkere route. Dat is herkenbaar, want als vijftigers maken we wandelingen die voor ons gevoel niet spectaculair genoeg zijn, omdat we er vooral bejaarden zien lopen. De moeilijkere route maakt de wandeling alsnog draaglijk.

Maar waarom? Omdat ze iets uitlokt waardoor we de controle verliezen. Of denken te verliezen. Of je de controle werkelijk verliest of niet, doet er niet toe. De fantasie zelf is al dat controleverlies. En a fortiori de wandeling zonder die fantasie.

Want wat in dit model werkelijk op afstand raakt is ons zelfvertrouwen dat we een wandeling kunnen maken die te simpel is. Die ook gelopen wordt door bejaarden. We kunnen die wandeling wel aan, maar alleen door te fantaseren dat hij uit de hand kan lopen.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten